Agent architectuur: tools, geheugen en beslissingen
Je begrijpt hoe agents tools gebruiken, context onthouden en zelfstandig beslissingen nemen.
Waarom deze les belangrijk is
Een agent bouwen zonder de architectuur te begrijpen is als een huis bouwen zonder fundering. Je krijgt iets dat soms werkt, maar je weet niet waarom het faalt. In deze les leer je precies hoe een agent onder de motorkap werkt: welke tools hij gebruikt, hoe geheugen werkt, en hoe hij beslissingen neemt.
Deze kennis heb je nodig om straks zelf agents te bouwen die betrouwbaar zijn, niet af en toe toevallig goed.
Tools: wat een agent kan "doen"
Een LLM kan alleen tekst genereren. Tools geven een agent handen. Elke tool is een actie die de agent kan uitvoeren:
| Tool type | Wat het doet | Voorbeeld |
|---|---|---|
| API calls | Externe diensten aanspreken | Weer opvragen, e-mail versturen |
| Bestanden lezen | Documenten analyseren | PDF rapport samenvatten |
| Database queries | Data opvragen of wegschrijven | Klantgegevens ophalen uit CRM |
| Web zoeken | Actuele informatie vinden | Laatste nieuws over een onderwerp |
| Code uitvoeren | Berekeningen maken | Excel-analyse draaien |
| Acties triggeren | Processen starten | Factuur aanmaken in boekhouding |
De kracht van een agent wordt bepaald door zijn tools. Een agent zonder tools is een chatbot. Een agent met de juiste tools kan het werk van een hele afdeling automatiseren.
Geheugen: kort vs lang termijn
Agents hebben twee soorten geheugen:
┌─────────────────────────────────────┐
│ AGENT GEHEUGEN │
│ │
│ Korte termijn Lange termijn │
│ ┌───────────┐ ┌──────────────┐ │
│ │ Huidige │ │ Knowledge │ │
│ │ conversatie│ │ Base │ │
│ │ │ │ (documenten, │ │
│ │ Context │ │ FAQ, regels)│ │
│ │ window │ │ │ │
│ └───────────┘ │ Eerdere │ │
│ │ interacties │ │
│ └──────────────┘ │
└─────────────────────────────────────┘Verder lezen
Laat je naam en mailadres achter, dan lees je de rest
Je krijgt meteen de hele les, en alle andere lessen blijven daarna ook open. Geen wachtwoord, geen bevestigingsmail.
Korte termijn geheugen is alles wat in het huidige gesprek zit. Net als jouw werkgeheugen: je onthoudt wat er net gezegd is, maar na het gesprek is het weg. Bij LLMs heet dit het context window. Er zit een limiet aan.
Lange termijn geheugen is opgeslagen kennis die de agent altijd kan raadplegen: handleidingen, klantdata, eerdere gesprekken, bedrijfsregels. Dit wordt vaak opgeslagen in een Knowledge Base of vectordatabase.
Het context window van een taalmodel is begrensd. Waar die grens ligt verschilt per model en schuift elk halfjaar op. Als een gesprek te lang wordt, "vergeet" de agent het begin. Lange termijn geheugen via een Knowledge Base lost dit op.
Beslissingen: hoe een agent kiest
Het slimme van een agent is dat hij zelf beslist welke tool te gebruiken. Dit werkt zo:
- 1De agent ontvangt een vraag
- 2Het LLM analyseert wat er nodig is
- 3Het LLM kiest de juiste tool (of combinatie van tools)
- 4De tool wordt uitgevoerd
- 5Het resultaat gaat terug naar het LLM
- 6Het LLM formuleert een antwoord of kiest de volgende stap
Dit klinkt simpel, maar het is wat agents echt anders maakt dan een script. Een script volgt altijd dezelfde stappen. Een agent past zijn aanpak aan op basis van de situatie.
Het ReAct patroon
De meeste agents werken volgens het ReAct patroon: Reason → Act → Observe → herhaal.
Vraag: "Hoeveel openstaande facturen heeft klant Jansen?"
→ REASON: Ik moet klantgegevens opzoeken. Ik gebruik de CRM-tool.
→ ACT: [CRM tool] Zoek klant "Jansen"
→ OBSERVE: Klant gevonden: ID 4821, 3 openstaande facturen
→ REASON: Ik heb de facturen gevonden. Laat ik de details ophalen.
→ ACT: [CRM tool] Haal facturen op voor klant 4821
→ OBSERVE: Factuur #891 (€1.200), #903 (€450), #917 (€3.100)
→ REASON: Ik heb alle info. Ik kan nu antwoorden.
→ ACT: [Antwoord] "Klant Jansen heeft 3 openstaande
facturen, totaal €4.750."Het ReAct patroon werkt goed omdat de agent na elke stap opnieuw nadenkt. Als een tool een foutmelding geeft, kan de agent een andere aanpak proberen, net als een mens die merkt dat plan A niet werkt en overschakelt naar plan B.
Voorbeeld: klantvraag afhandelen stap voor stap
Een klant mailt: "Ik heb vorige week een laptop besteld maar nog niks ontvangen. Kunnen jullie de status checken? Ordernummer: ORD-29481."
De agent doorloopt het ReAct patroon:
| Stap | Actie | Resultaat |
|---|---|---|
| 1. Reason | E-mail bevat ordernummer, ik zoek de status op | -- |
| 2. Act | [Ordersysteem] Zoek ORD-29481 | Status: verzonden, tracking: 3SABC123 |
| 3. Observe | Order is verzonden, maar tracking toont vertraging | -- |
| 4. Reason | Klant wil weten waar het pakket is, ik check tracking | -- |
| 5. Act | [Tracking API] Check 3SABC123 | Vertraagd, verwacht morgen |
| 6. Reason | Ik heb alle info, ik stel een antwoord op | -- |
| 7. Act | [E-mail tool] Stuur antwoord naar klant | Verstuurd |
Wat is het verschil tussen korte termijn en lange termijn geheugen bij een agent?
In het ReAct patroon, wat doet de agent na de "Act" stap?
Waarom is een agent echt anders dan een script?
Wil je je voortgang bewaren, de oefenbestanden erbij en je inschrijven voor de gratis avond, maak dan een gratis account aan. Je hoeft alleen op een link in je mail te klikken.
Maak een gratis account